|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Colofon
Dit boek is uitgegeven onder auspiciën van de stichting Dichtdoor.
Illustraties: Munin Nederlander.
ISBN 9065560092 NUGI 951/626 Uit deze uitgave mag uitsluitend iets verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotocopie, microfilm, opnamen of op welke andere wijze ook, hetzij chemisch, electronisch of mechanisch, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Anypart ofthis book may only reproduced, storedin a retrieval system and/or transmitted in any form, by print, photoprint, recording
or other means, either chemie, electronic or mechanic, with the written permission from the publisher. Opmerkingen
Deze uitgave kwam tot stand met behulp van de volgende personen en instellingen: Aan alle bovengenoemde personen mijn oprechte dank.
M.N. Voorwoord
Zoals gezegd, voor déze publikatie, met name om te komen tot een duiding van Saurons Ene Ring, het meest omstreden en machtigste
attribuut uit Tolkiens In de ban van de Ring, en overigens óók voor andere publikaties, had ik (ook) grotere sommatief
magische hexagrammen met elkaar opvolgende getallen nodig.
De constante som C voor die zeshoek (dat sommatief magische hexagram {1 t/m 19}) is 38. Het lukte mij noch anderen om formules te ontwikkelen waarmee die grotere sommatief magische hexagrammen konden worden geconstrueerd (wat, zoals bekend, moeiteloos lukt voor de constructie van b.v. sommatief magische vierkanten). Dit leidde er toe dat desgevraagd het één maat grotere sommatief magische hexagram dan het kleinste, het sommatief magische 37-hexagram (37 regelmatige zeshoeken gerangschikt in de vorm van een regelmatig zeshoekig stuk honingraat) ontwikkeld werd met behulp van een computerprogramma, geschreven door Jeroen Hellingman. Het gebruikt de elkaar opvolgende getallen {3 t/m 39} en het heeft als constante rijen-en strokensom C=111.
Deze studie is gebaseerd op resultaten van wetenschappelijk en geesteswetenschappelijk onderzoek, die vaak voluit in de lopende tekst
worden geciteerd, omdat ze doorgaans niet als bekend kunnen worden verondersteld. Munin Nederlander, Kerstmis 1991. De oplossingen van het magische 37-hexagram (en van de grotere hexagrammen) zijn opgestuurd naar het wiskundig tijdschrift te New-York. Inhoud
ATLANTIS
Wat willen zij bereiken
Wat willen zij bereiken?
De Raad van de Wijzen M.N. Inleiding
De twee voor de hand liggende vragen die naar aanleiding van Tolkiens oeuvre, met name 'In de ban van de Ring' gesteld kunnen worden,
zijn ongetwijfeld: Hoewel over Tolkiens publikaties al buitengewoon veel is geschreven, zijn niettemin op deze vragen geen bevredigende antwoorden gekomen. In ieder geval niet in de zin dat er aanwijzingen uit zijn voortgevloeid om bijvoorbeeld over te gaan tot een reconstructie van de ringen van macht, al was het dan voorlopig nog maar in theorie; Of om bijvoorbeeld de hobbits in te kaderen in een hiërarchie van geestelijke wezens, zoals die wordt gegeven door Dionysios de Pseudo-Areopagiet (The mystical Theology and the celestial Hierar-chies, The Shrine of Wisdom, 1965), H.P. Blavatsky (De Geheime Leer) en Rudolf Steiner {Wetenschap van de geheimen der ziel). Het gebrek aan houtsnijdende antwoorden op beide vragen komt mede doordat Tolkien van de hem voorgelegde duidingen van met name de machtsringen niet onder de indruk was. Wat hij aan verklaringen onder ogen kreeg vond hij te allegorisch of te zeer inlegkunde. Hier een fragment van zo'n verklaring en een deel van Tolkiens reaktie daarop. We citeren uit de Tolkien-Brieven, samengesteld door H. Carpen ter & Chr. Tolkien. Uit een brief aan Allen & Unwin (229), 23 febr. 1961, blz.385: '...(Dr.Ohlmark:) De ring is in zeker opzicht 'der Nibelungen-Ring', die oorspronkelijk werd gesmeed door Volund de meester-smid, en toen via Vittka-Andvare door de handen van de machtige asen in het bezit van Hreidmar en de draak kwam; na de val van de draak bij Sigurd de drakendoder terechtkwam; nadat die door verraderlijke samenzweerders was vermoord bij de Bourgondiërs belandde; na hun dood in Atle's slangenkuil op de Hunnen overging; toen op de zonen van Jonaker; toen op de Gothische tiran Ermaurik, enz.'
'... (Tolkien:) Beide ringen waren rond, en daar houdt de overeenkomst mee op...
Het is duidelijk dat in dit soort duidingen Tolkiens machtsringen enkel en alleen worden vergeleken met één of meer
ringen uit andere verhalen, wat te zeer op inlegkunde berust. Hierbij wordt aangetoond en er wordt vervolgens ook van uitgegaan dat In de ban van de Ring tamelijk letterlijk een stuk geschiedenis beschrijft van het tweede deel van de zogenaamde Atlantische era's ( het Atlantische wortelrastijdperk). Dit zal geschieden aan de hand van de geesteswetenschappelijke verklaringen van de Griekse mythen over Apollo, in relatie tot enkele paragrafen uit A. Besants en GW. Leadbeaters' De Mens, zijn Afkomst, Wezen en Toekomst, Minerva, Batavia, vóór 1933, waarin een stuk geschiedenis van Atlantis wordt beschreven, op basis van helderziende onderzoekingen, die sterk doen denken aan fragmenten van en elementen uit Tolkiens hoofdwerk. Tolkien heeft van deze en soortgelijke publikaties, zoals bekend is, niets geweten: zijn kontakten met de Theosofie, de Antroposofie en de Vrijmetselarij van The Golden Dawn zijn omstreden en hij ontkende invloed uit deze en dergelijke stromingen in de zin van bijvoorbeeld lezingbezoek en gedachtenuitwisseling*. Iets anders is echter dat de fantasie van een schrijver exakt kan zijn; dat hij niet slechts beschikt over fantasie, maar ook over zogenaamde exakte fantasie, fantasie die de waarheid, de werkelijkheid beschrijft*. * Zie de Epiloog
In de geesteswetenschap wordt exakte fantasie aangemerkt als de laatste en onbewust ondergane vorm van een eertijds sterke, maar
sinds vele millennia steeds zwakker wordende, niet door het Ik van de mens gecontroleerde helderziendheid (die niet moet worden verward
met de bewuste, door scholing verkregen, geheel door het Ik gecontroleerde helderziendheid van de toekomst).
Ook Tolkien erkende de mogelijke exaktheid in de menselijke fantasie en de beïnvloeding daarvan. '...Deze (mijn) verhalen zijn nieuw: ze zijn niet rechtstreeks aan andere mythen en legenden ontleend, maar ze moeten onvermijdelijk een grote mate van oude, wijdverbreide motieven en elementen bevatten. Per slot van rekening geloof ik dat legenden en mythen grotendeels van waarheid zijn gemaakt...en dat... bepaalde waarheden...altijd weer opnieuw moeten verschijnen'. '...de verhalen. Die ontstonden in mijn geest als gegeven dingen... en altijd had ik het gevoel dat ik iets aan het optekenen was dat er al was, niet iets dat ik aan het verzinnen was...' Voorts uit genoemd boek een fragment uit een brief aan Chr. Tolkien (91), November 1944, blz. 133: '...Het {In de ban van de Ring) zal waarschijnlijk heel sterk van deze (hier beschreven) opzet verschillen wanneer het echt geschreven wordt, omdat het verhaal zichzelf schijnt te schrijven, wanneer ik eenmaal op gang ben, alsof de waarheid er dan uitkomt, die slechts kort en gebrekkig is gezien in de voorbereidende schetsen...' Tenslotte een fragment uit dat boek uit een brief aan Carole Batten-Phelps (328), Herfst 1971, blzn. 318/319:
'...Een paar jaar geleden kreeg ik in Oxford bezoek van een man wiens naam ik vergeten ben (hoewel ik geloof dat hij erg bekend
was). Hij was zeer getroffen door de vreemde manier waarop vele oude schilderijen, naaar het hem toescheen, bedoeld leken om In de
ban van de Ring te illustreren, lang voor zijn tijd. Hij had een paar reprodukties meegebracht. Ik denk dat hij er aanvankelijk eenvoudigweg
achter wilde komen of mijn verbeelding door schilderijen was gevoed, zoals dat duidelijk door bepaalde soorten literatuur en taal
was gebeurd. Toen het duidelijk werd dat ik, tenzij ik een leugenaar was, de schilderijen nooit eerder had gezien en niet erg goed
op de hoogte was met beeldende kunst, zweeg hij. Ik werd me bewust dat hij mij strak aankeek, Plotseling zei hij: Voor we overgaan tot het beantwoorden van de twee in het begin van deze Inleiding gestelde vragen in de zin als beschreven, volgen, voor de goede orde en om het geheugen op te frissen, eerst J.E.A. Tylers aantekeningen over de machtringen en enkele aantekeningen uit Tolkiens hobbitkunde. Hoofdstuk 10.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 1. | De zogenaamde elementenwezens als kabouterelfjes, sylphen, en vooral dwergen. | |
| 2. | De zogenaamde geesten van de omlooptijden, bijvoorbeeld Tolkiens Tom Bomhadil. | |
| 3. | Allerlei soorten groepsgeesten van dieren en planten, waarvan Tolkiens draken (groepsgeesten van 's wereld vroegere reuzenreptielen) en de enten voorbeelden zijn. Ons trachten dient een tweevoudig doel: | |
| a) | Te tonen hoezeer in het kader van de exakte fantasie Tolkien zich onbewust hield aan de occulte feiten over hoe de verschillende levensgolven in de Aardekosmos zich ten opzichte van elkaar verhouden en | |
| b) | de hobbits in dat kader te traceren als de mensheid die onze mensheid opvolgt op een nieuwe Aardeplaneet na de huidige (doorgaans de toekomstige Jupiterwereld genoemd) als wij de zogeheten engelstatus, - Tolkiens elfenstatus - zullen hebben bereikt. In alle esoterische tradities wordt betoogd dat onze Aardewereld niet op zichzelf staat. Er waren planeetwerelden die aan onze Aarde voorafgingen, en er zullen planeetwerelden zijn die onze Aarde zullen opvolgen. Er worden zes met de Aardeplaneet samenhangende planeetwerelden onderscheiden, veelal onder namen van de ons bekende planeten, waar ze echter weinig of niets mee hebben te maken: | |
| 1. | De oude Saturnuswereld, de eerste incarnatie van de Aarde, | |
| 2. | De oude Zonnewereld, de tweede incarnatie van de Aarde, | |
| 3. | De oude Maanwereld, de derde incarnatie van de Aarde, | |
| 4. | De huidige Aardewereld, de momentele incarnatie van de Aarde, | |
| 5. | De toekomstige Jupiterwereld, de eerste toekomstige incarnatie van de Aarde, | |
| 6. | De toekomstige Venuswereld, de tweede toekomstige incarna tie van de Aarde, | |
| 7. | De toekomstige Vulcanuswereld, de derde toekomstige incarnatie van de Aarde. | |
Op al deze planeetwerelden leefden, leven en zullen leven bepaalde hiërarchische levensgolven; levensgolven die door een mensheids-fase
heentrekken, en bepaalde natuuronderhoudende levensgolven van de deva-evolutie (alsmede de 'afvalprodukten' van die evoluties die
de feitelijke natuur vormen. Voor de aardeplaneet zijn dat: stenen, planten, dieren. Zij zullen zich ooit oplossen).
Al die levensgolven klimmen in bewustzijn, vermogen en rang op bij het verstrijken der werelden.
Zo waren bijvoorbeeld de mensen van de oude Saturnuswereld op de oude Zonnewereld Engelen (één rang hoger dan de mens),
op de oude Maanwereld waren zij Aartsengelen (twéé rangen hoger dan de mens), op de huidige Aardewereld zijn zij Archai,
tijdgeesten (drie rangen hoger dan de mens). Op de toekomstige Jupiterwereld zullen zij Exusiai zijn, geesten van de Vorm, de laagste
categorie Scheppende Goden of Elohim (vier rangen hoger dan de mens).
Zo zijn bijvoorbeeld de mensen van de oude Maanwereld op de huidige Aardewereld Engelen enz.
Over de hiërarchische levensgolven hoger in ontwikkeling dan de huidige mens is veel bekend. Men kan daarover uitgebreid lezen
in H.P. Blavatsky's De Geheime Leer en in Rudolf Steiners hoofdwerk Wetenschap van de Geheimen der Ziel. Over de deva-evolutie is
minder bekend, maar men kan er toch heel wat over lezen in bijvoorbeeld dr. Ernst Hagemanns Weltenether - Elementarwesen - Naturreiche,
Die Kommenden, Freiburg i.Br. 1973, en in allerlei sprookjes (Die Oriëntalische Salomonsagen!).
Maar over de hiërarchische levensgolf (levensgolven) in ontwikkeling lager dan de mens, de levensgolf (levensgolven) die onze
mensheid zal (zullen) opvolgen, is vrijwel niets bekend. Men kan er bij mijn weten slechts over lezen in hoofdstuk 7 van Steiners
lezingencycli Kunst im Licht der Mysteriënweisheit, Dornach, G.A. 275 en in 'Die Sending Michael'. We komen hierover nog te spreken.
In genoemde werken en ook bij Dionysios, de pseudo-Areopagiet, is sprake van vier subgelede hiërarchieën naast de deva-evolutie:
| I. | De in de ene Algod* opgegane Scheppende Hiërarchieën: | |
| 1. | De Serafs of de geesten van de Alliefde. | |
| 2. | De Cherubs of de geesten van de Harmonie. | |
| 3. | De Tronen of de geesten van de Wil. God en deze hiërarchieën zijn één. Ze bestaan niet naast elkaar, maar in elkaar. | |
| II. | De nog niet in de Ene Algod opgegane Scheppende Hiërarchieën: | |
| 1. | De Kyriotetes of de geesten van de Wijsheid (4). | |
| 2. | De Dynamis of de geestes van de Beweging (5). | |
| 3. | De Exusiai of de geesten van de Vorm (6). | |
| Door oorzaken waarop wij hier niet ingaan, manifesteerde zich in deze totaalhiërarchie het Kwaad, het Oerkwaad van Sorath, de geest van de zwarte magie. Om precies te zijn bij de Kyriotetes. | ||
| III. | De vertegenwoordigers van de Scheppende Hiërarchieën: | |
| 1. | De Archai of tijdgeesten (7). | |
| 2. | De Archangeloi of aartsengelen (8). | |
| 3. | De Angeloi of engelen (9). | |
| In deze hiërarchie geleedde het Kwaad zich in tweeën , in Satanas-Ahriman en Diabolos-Lucifer. Ahriman, zoals we weten geïncorporeerd in Oduarpa, identificeerde zich als Exusiaigeest min of meer met Sorath. Lucifer incarneerde in de aartsengelhiërachie. Men spreekt over Lucifer dan ook als de 'Gevallen Aartsengel'.** | ||
| IV. | De menselijke hiërarchie, nog niet subgeleed *** (10) |
| V. | De daaropvolgende hiërarchie, waarover in hiërarchieverband nauwelijks iets bekend is, noch qua omschrijving, noch qua subgeleding. Ook de IVe en Ve hiërarchie zijn geïnfecteerd geraakt met het twee- respectievelijk drievoudig boze, - en in extreme mate zelfs. |
| * | Anderszins is dit de Drie-Ene God: Vader, Zoon en Heilige Geest. |
| ** | Over de finesses m.b.t. deze kosmologische feiten zie E.Hagemann: Himmelskunde, Die Kommenden, Freiburg i.Br.) |
| *** | De geheimere leringen van het Rozenkruis melden hier wel een subgeleding, zij het primair en zonder veel toelichting. Er zou sprake zijn van Stratosfeermensen, Aardemensen (wij) en Agartha of Tavitschimensen, mensen van de Onderaarde. |
Dit laatste geldt evenzeer voor de deva-evolutie, - in elk geval voor zover die de Aardewereld betreft. Die (aarde) deva-evolutie is complexer dan de hiërarchische; de bekendste van haar wezens zijn reeds opgenoemd. Van deze zijn de dwergen en bepaalde groepsgeesten, met name die van bepaalde grote boomsoorten en die van de huisdieren, de bijen en de mieren, het bekendst.
Vanaf en met de Aardewereld komen alle hiërarchieën en devaras-sen, maar vooral de menselijke en de pré-menselijke
hiërarchie(ën) tot een hogere rang door zich uiteen te zetten met het Kwaad. De criteria voor rangverhoging der levensgolven
op de oudere werelden doen hier niet ter zake. (Op de vroegere Maanwereld golden echter al enigszins de Aardse criteria).
Uiteraard bereikten en bereiken lang niet alle leden van de hiërarchieën en devarassen per planeetwereld hun doel. Aldus
ontstonden en ontstaan tussenhiërarchieën en tussenrassen van uiteenlopende soort die soms (een tijd) op zich zelf blijven
bestaan, maar veelal in een ander(e), doorgaans een lager(e) hiërarchie of ras werden en worden opgenomen.
Hiernaast bezitten alle hiërarchieën en devarassen hun voorlopers, hun leiders. Met betrekking tot onze mensheid kan men
dan denken aan hen die in de esoterie worden genoemd: de Manoes, de Boeddha's en de Boddhisattva's; oftewel de Meesters van de rasveredeling,
de Verlichte Meesters en de Meesters van Wijsheid. Zij zijn van oudsher verenigd in een zogeheten Witte Loge of Witte Raad. Genoemde
voorlopers of leiders zijn soms de prototypen van de tussenhiërarchieën. Zo zijn veel van de oudere ingewijden van onze
mensheid maar half mens. Ze dragen wezensdelen van leden van een hogere hiërarchie, wat vaak voorgesteld wordt alsof zo iemand
een telg zou zijn uit een huwelijk van een menselijk en een bovenmenselijk wezen.* Er wordt gezegd dat de Gautama Boeddha de eerste
echt menselijke Boeddha van onze mensheid is.
Hier volgen voorbeeldsgewijs de namen van enkele leiders van enkele van de opgesomde (deel)hiërarchieën.
Een bij naam bekende Exusiaileider is Jahweh, de god die zo nadrukkelijk in de Pentateuch wordt genoemd. Een andere is El Gibor,
nog een andere is El Tsabaoth. Er worden er zeven, soms acht genoemd.
Bij naam bekende Archaileiders zijn bijvoorbeeld: Arathon, Phaleg, Hagith, Phul, Bethor, Och, Ophiël .
Bij naam bekende Archangeloileiders zijn bijvoorbeeld: Mi-chaël, Gabriël, Raphaël, Anaël, Oriphiël enzovoort,
genoemd bij de bespreking van de Salomonische ringen en de kleinste somma-tief magische vierkanten met opeenvolgende getallen. Er
zijn er uiteraard meer te noemen.
Metatron kan gelden als de naam van een leider van entiteiten tussen de Archangeloi- en Archairang in.
Angeloileiders zijn bij naam minder bekend. De Germaanse God Widar kan als zo'n leider gelden.
Bij naam bekende mensheidsleiders zijn: Mani, Christiaan Rozenkruis, de Boeddha Gautama, de Maitreia Boddhisatva, Skythianos, de
twaalf apostelen rond Jezus Christus, waarvan één Christiaan Rozenkruis werd.
Ook zijn wel namen bekend van leiders (koningen) van devarassen. Een van de toonaangevendste dwergenkoningen wordt wel Ksti of
Furlac genoemd. Verder zijn daar de Salomonen, eerder genoemd.
De taken van al die opgesomde leiders laten wij rusten. Die te beschrijven zou een boek apart vergen en de grondslag leggen voor
de geheime schrifttekens van de Akasha kroniek. Het zou ook te maken hebben met een veel diepere analyse van de Salomonische ringen.
* Ook Tolkien beschrijft de eerste Peredhils als zodanige telgen. Zie het vervolg van dit hoofdstuk.
Nog iets over de planetaire werelden. Elk van deze, dus ook onze Aardewereld, ontrolt zich in 7 zogenaamde rondten of bollen. In
de eerste drie van die rondten of bollen, wordt die wereld door de devarassen opgebouwd, onder leiding van de scheppende hiërarchieën
en de devakoningen (Salomonen).
In de middelste rondte of bol wordt hij door hen onderhouden, ten dienste van de ontplooiing en evolutie van de hiërarchieën
die op hen volgen. In de laatste rondten of bollen wordt hij door hen afgebouwd, dat wil zeggen ontstoffelijkt.
Alle rondten/bollen van een planeetwereld zijn ook weer geleed, en wel in 7 tijdperken.
Voor de middelste Aarderondte/bol worden die tijdperken wortelrastijdperken genoemd. Heden leven wij in het vijfde wor-telrastijdperk
van de vierde aarderondte/bol. (En overigens daarvan weer in de vijfde cultuurperiode, wat we laten rusten.) In zijn eerste rondten/bollen
en anderszins in zijn eerste tijdperken herhaalt een planeetwereld de werelden die aan hem voorafgingen, in zijn latere rondten/bollen
en tijdperken neemt hij een voorschot op de hem opvolgende. Voor de rondten/bollen is dit voornamelijk het geval met betrekking tot
de deva-evolutie; voor de tijdperken is dit voornamelijk het geval met betrekking tot de hiërarchieën.
De zeven wortelrastijdperken van onze vierde Aarderondte/bol, de kern van de Aardewereld, zijn:
| 1. | Het Polaire wortelrastijdperk, dat voor de hiërarchieën de oude Saturnuswereld herhaalt. Om bij onze voorbeelden van hiërarchische ontwikkeling te blijven: In dit tijdperk herhaalden de huidige Archai, onder aardse omstandigheden, hun mensheidsfase van Saturnus. |
| 2. | Het Hyperboresche wortelrastijdperk, dat voor de hiërarchieën de oude Zonnewereld herhaalt. In dit tijdperk herhaalden die Archai, onder aardse omstandigheden, hun engelfase van de Zon. |
| 3. | Het Lemurische wortelrastijdperk, dat voor de hiërarchieën de oude Maanwereld herhaalt. In dit tijdperk herhaalden de Archai, onder aardse omstandigheden hun aartsengelfase van de Maan. De huidige engelen herhaalden daarin hun lunaire mensheidsfase. |
| 4. | Het Atlantische wortelrastijdperk, het feitelijke aardetijdperk van de Aardewereld. Hierin bereikten de Archai, de Archangeloi
en de Angeloi (en ook de overige hiërarchieën) de rang waarvoor ze op Aarde waren bestemd. Ook de mens betrad overeenkomstig
zijn voorbestemming juist in dit tijdperk de fysieke aardse natuur en werd mens. Hij werd als soort fysiek, zich in een fysiek wortelras
openbarend. In de vorige aardetijdperken bestond hij als spirituele soort, als - nog niet menselijk - wortelras in 'ijlere sferen'.
De aardetijdperken zijn vernoemd naar de menselijke wortelrasontwikkeling en heten daarom wortelrastijdperken. Vanaf het Lemurische wortelrastijdperk deden zich op Aarde de invloeden van het kwaad in spirituele zin gelden, - en in dit vierde wortelrastijdperk ook in fysieke zin. Hierdoor werd met name de echte menswording en mensheidsontwikkeling van onze aardemensheid vertraagd en voor een deel verlegd naar het volgende, het huidige vijfde wortelrastijdperk. Atlantis is derhalve in de eerste plaats het tijdperk waarin de gehele IIIe hiërarchie, - Archai, Archangeloi en Angeloi - zijn ontwikkeling afrondde, voorzover die een zaak van rangbestemming was. De menselijke wortelrasontwikkeling viel in Atlantis uiteen in zeven elkaar overlappende rasontwikkelingen (waar onze huidige rassen van afstammen): |
| a) Die van de Rmoahals, b) die van de Tlavatlis, c) die van de Oertolteken, d) die van de Oerturaniërs, e) die van de Oersemieten, f) die van de Akadiërs, g) die van de Mongolen. |
Hetgeen hier over het Atlantische wortelrastijdperk werd meegedeeld vond voornamelijk plaats en culmineerde in de elkaar in tijd
vrijwel geheel overlappende rassen van de Oertolteken (die het goede nastreefden en pas in ons wortelrastijdperk, in Midden-Amerika,
deels tot het kwaad vervielen) en de Oerturaniërs (die het kwaad dienden, - een kwaad dat zich in onze tijd nog lang uitdrukte
in het Turaanse Sjamanisme van Noord-Azië).
In vele legenden, alle geesteswetenschappelijke stelsels en vooral in de detailstudie De Mens, zijn Afkomst, Wezen en Toekomst
van A. Besant en C.W. Leadbeater, eerder genoemd, kan men vernemen van de spirituele en fysieke hoogconjunctuur van de Atlantische
Tolteken die zich, in de schaduw van het doelbereiken van de derde hiërarchie, lieten leiden door bovenmenselijke en menselijke
ingewijden (priester-koningen).
En daarin kan men ook vernemen van de zwarte magie van de Atlantische Turaniërs, die onder leiding van de zwarte Boeddha Oduarpa
de Oertolteekse culturen belaagde, waardoor Atlantis in drie, qua tijd zeer ver uiteenliggende etappen, verzonk. Eén en ander
kwam tamelijk uitgebreid aan de orde in Hoofdstuk 3.
Van een opsomming en korte omschrijving van het 5 e, 6e en 7e wortelrastijdperk van onze vierde Aarderondte/bol, en van de op de
Aardeplaneet nog volgende planeetwerelden zien we hier af (ze doen voor ons onderwerp niet ter zake), behalve dat we nogmaals de eerstvolgende
planeetwereld die op de Aardeplaneet volgt, de zogeheten Jupiterwereld, aanmerken als de wereld van een ons opvolgende mensheid, waarover
we, zoals aangekondigd, nog komen te spreken.
Hier zijn we op het punt aangekomen om de wezens in Tolkiens In de ban van de Ring en De Silmarillion te voegen in een hiërarchieladder
en een deva-rassenschema, om dan na te gaan in hoeverre die ladder en dat schema identiek zijn met het hier aan de hand van de geesteswetenschap
behandelde laddersysteem en schema.
Uit de Ainulindatë en de Valaquenta van De Silmarillion vernemen we dat er vanouds Eru-Illuvatar was, de Ene God en Alvader,
en dat vooreerst uit hem voortkwamen de Ainur, de Heiligen.
Toen uit zijn muziekthema's en de muziekimprovisaties daarop van de laatstgenoemden de Aarde ontstond *, koos een deel van de Ainur
ervoor om bij zijn Schepper te blijven.
Een ander deel koos ervoor om de Aarde te bewonen, te behoeden en te regeren. Dat deel geleedde zich in drieën.We krijgen aldus:
De eerste hiërachie van wezens in Tolkiens werk (I):
Eru-Illuvatar en de Ainur die bij hem bleven. En vervolgens:
De tweede hiërarchie van wezens (II):
De Ainur die de Aarde als woonplaats verkozen:
| 1. | De Aratar, de machtigste Ainur. |
| 2. | De Valar (later werden alle Aarde-ainur ook wel De Valar genoemd). |
| 3. | De Maiar, Valar van mindere rang. |
In deze totaalhiërarchie ontstond het kwaad. De grootste Aratar Melkor verhief zich in macht en werd Morgoth, de heer van het
Oerkwaad, heer van de zwarte magie. Hij sleepte vele Maiar met zich mee, met name Sauron de Grote, die een tweede boze macht
werd.
Uit de Quenta Silmarillion in De Silmarillion, vernemen we van twee de Ainur opvolgende driegelede hiërarchieën , die in
Midden-Aarde ontwaakten, de Oudste en de Jongste Kinderen van Illuvatar, de Eldar of Elfen en de Edain of Mensen.
| * | Vorige incarnaties van de Aarde behandelt Tolkien niet; zijn geschiedenis begint met de huidige Aarde. Zijn wezens verschijnen daarop 'in Aardeverband'. |
De Elfen vormen in Tolkiens werk de derde hiërarchie van wezens (III):
| 1. | De Vanyar of Lichtelfen. |
| 2. | De Noldor of Diepe Elfen. |
| 3. | De Teleri of Trage Elfen die de Zee beminden. |
De Mensen vormen in Tolkiens werk de vierde hiërarchie van wezens (IV):
| 1. | De Westmensen of Numenorean, aanvankelijk verdeeld in drie huizen of geslachten, door hun Stamvaders geleid. |
| 2. | De Rohirrim of Paardemensen, de mensen van het Midden. |
| 3. | De Oostmensen. |
Uit In de ban van de Ring vernemen we van een, de 'Oudste en Jongste Kinderen van Illuvatar' opvolgende driegelede hiërarchie, aanvankelijk geheel onopgemerkt ontwaakt en voortlevend in Midden-Aarde, de holbytlan of hobbits, de holenbouwers, ook wel halflingen genoemd. Ze waren 'half zo groot' en 'half zo belangrijk' als de mensen, waar ze in feite het meest op leken. Ze waren gering in aantal. (Zie de Aantekeningen over de hobbits in het begin van dit boek.)
De hobbits vormen een vijfde driegelede hiërarchie van wezens in Tolkiens werk (V):
| 1. | De Vavels. |
| 2. | De Stoerders. |
| 3. | De Bruivels. |
Verder komen bij Tolkien tussenhiërarchieën voor: Er was een geslacht ontstaan uit een verbinding tussen de Maiar en de
Teleri, de Sindarkoningen; en er was een geslacht ontstaan uit een verbinding tussen de Noldor en de Numenorean en één
tussen deze en de Sindarkoningen, de zogeheten Peredhil of Halfelfen.
Meer vanzelfsprekend vermengden zich bij Tolkien sommige subhiërarchieën, met name die van de Noldor en die van de Teleri;
en die van de (latere) Numenorean en die van de Rohirrim.
Naar al werd meegedeeld voert Tolkien ook devarassen ten tonele.
| 1. | In de eerste plaats de Dwergen, als toonaangevendste elementenras, onderverdeeld in subrassen. Zij waren niet geschapen door EruTlluvatar,maar door de Aratar Aulë. Zo'n scheppingsfinesse is volgens de geesteswetenschap een kenmerk voor de meeste rassen van de deva-evolutie. |
| 2. | Torn Bombadil, als voorbeeld en voornaamste vertegenwoordiger van de Geesten van de omlooptijden. |
| 3. | De Enten en Draken, als voorbeelden van groepsgeesten, respectievelijk van de bomen en van 's werelds vroegere reuzenreptielen. Daarnaast kan Huan gelden als de groepsgeest van de honden, Beorn als de groepsgeest van de beren, Schaduwvacht als de groepsgeest van de paarden, enz. |
Bepaalde rassen van wezens dienen in feite niet apart te worden vermeld: bijvoorbeeld de balrogs en de orks. Zij zijn geen nieuwe
hiërarchieën of devarassen, maar bestaande, door het kwaad gecorrumpeerde.
Balrogs zijn verdorven Maiar, orks zijn verdorven Eldar. In de deva-evolutie gelden de trollen voor verdorven enten.
Van alle hiërarchieën en devarassen noemt Tolkien de leiders bij name. De drie leidende Aratar waren: Melkor, de grootste
Aratar, die, zoals gezegd, zich in macht verhief en Morgoth werd, de heer van het Kwaad;
Manwë de opperste Aratar, de heer der Winden, broer van Melkor; en zijn vrouw Elbereth-Varda, de Vorstin van Licht.
(Verder waren daar Ulmo, de heer der Wateren; Aulë, de heer der Aarde; zijn vrouw Yavanna, de Geefster van Vruchten; Mandos,
de Bewaker van de Huizen der Doden; Oromë, de Grote Jager; en Nienna, de Vorstin van Mededogen.)
De voornaamste Valar waren: Vaire, de Weefster van de Tijd, echtgenote van Mandos; Irmo-Lóriën, heer van de Tuinen; zijn
vrouw Estë, de Genezeres van wonden en moeheid; Tulkas, de sterkste Valar; zijn vrouw Nessa, Oromë's zuster; en Vána,
de Altijd Jeugdige, Yavanna's zuster en vrouw van Oromë.
De voornaamste Maiar waren: de Ishtari of Tovenaars, Gandalf de Grijze, Saruman de Witte en Radagast de Bruine, alsmede de twee
blauwe Tovenaars, en verder Melian, die later de Elfenkoning Elwë (Thingol) Grijsmantel van de Teleri huwde en met hem de tussenhiërarchie
der Sindarvorsten stichtte.
Velen van de Maiar volgden Melkor-Morgoth. Veruit de machtigste van deze was Sauron, die in de voetsporen van zijn meester trad.
Andere machtige, door Melkor verstrikte en gecorrumpeerde Maiar waren de balrogs, zoals werd vermeld.
Gaan we verder met de leiders van de derde en de vierde hiërarchie. De leider van de Vanyar was koning Ingwé. Hij gold als de hoogste van alle Elfen. Hij en zijn volk bereikten onverkort hun aardse evolutiedoel door vanuit Midden-Aarde, waaruit zij en alle andere elfen ontwaakten (zo ook de latere mensen en hobbits), naar Valinor te trekken, het land op aarde, waar de Valar woonden (na overigens ook een tijd in Midden-Aarde te hebben gewoond en gewerkt.)
De belangrijkste leiders van de Noldor waren: Finwë, hun koning, zijn zoons Feanor (die de derde macht van het kwaad werd), Fingolfin en Finarfin, en hun belangrijkste nakomelingen in het eerste geslacht en de latere geslachten, Maedhros, Fingon, Turgon, Finrod Felagund, Celebrimbor Van Eregion, tesamen met Sauron de smeder van vele Ringen van Macht, Gilgalad, Idril Celebrindal ,die de mensenvorst Tuor huwde, waardoor zij medestamouders van de Peredhil werden, en Galadriel.
De belangrijkste leiders van de Teleri waren: hun koningen Elwë (Thingol) en Olwë. Koning Elwë huwde, zoals gezegd, de Maiar Melian en uit hen ontstonden de Sindarvorsten. Hun enige kind was Luthiën Tinuviël. Zij huwde de mensenheer Beren Erchami-on, waardoor ook zij medestamouders van de Peredhil werden en het geslacht van de Eldarvorsten vrijwel direct in dat van de Peredhil overging. Eerdergenoemde Finarfin, Finrod en Galadriel waren zowel Noldor als Teleri. (Zie Tolkiens afstammingslijsten van de Eldarvorsten.) Een ander belangrijke Telerivorst was Cirdan van Lindon.
De belangrijkste leiders van de aanvankelijke drie huizen of geslachten der Numenorean waren in de eerste plaats Béor de Oude,
Hador van Dor-lo'min en Halmir van de Haladin en de Peredhilstamva-ders Beren Erchamion en Tuor, alsmede Belegund, Baragund, Huor,
Hurin en Turin Turambar.
En als belangrijkste van allen de Peredhil Edrendil, de zoon van Idril Celebrindal en Tuor, die de Morgenster werd.
Earendil huwde de Perdhilvrouwe Elwing. Hun zonen waren Elrond die later Rivendel bouwde, en Elros, de stamvader van de koningen
der feitelijke Numenotezn. De Valar stelden de Peredhil voor de keuze om óf op te gaan in de Eldarhiërarchie, met alle
voor-en nadelen van dien (een eeuwig leven, maar gebonden aan de kringen der Aarde), waardoor zij Peredhil bleven, óf op te
gaan in de Mensheidshiërarchie, met alle voor-en nadelen van dien (een sterfelijk leven, maar na de dood vrij van de kringen
der Aarde), waardoor zij Peredhil af waren.
Elrond koos ervoor om een Eldar te zijn; Elros koos ervoor om een mens te zijn. Hij en zijn nakomelingen, met name Elendil, Isildur,
Anarion en ten lange leste Aragorn waren (naast de vorsten van Numenor) de belangrijkste leiders van de feitelijke (vroegere en latere)
Numenorean. Aragorn huwde de dochter van Elrond, de Peredhilprinses Arwen Undomiel, die er voor koos een mens te zijn.
De belangrijkste Peredhil waren Edrendil, Gilgaladen Elrondvan Rivendel.
De laatste stichtte in Midden-Aarde met Galadriel en Cirdan, en de belangrijkste Ishtari, de 'Witte Raad'. Hij wordt door Tolkien
genoemd: 'Een Meester van Wijsheid'. Hij was dus waarlijk een Atlantische Boddhisatva.
De belangrijkste leiders van de Rohirrim waren Eorl de Jonge, Helm Hamerhand, Théoden Ednew en Eómer Eddig. De belangrijkste leiders van de Oostmensen waren 'De Zwarte Numenorean', waaronder de 9 Ringgeesten. Gaan we verder met de leiders op te sommen van de vijfde hiërarchie, de hobbits. Hun leiders waren, van zowel de Bruivels, Stoerders en Vavels, de Vavelhobbits Merijn Brandebok, Peregrijn Toek en vooral de ringdragers Bilbo en Frodo Balings en Sam Getvissies. We zien er vanaf de belangrijkste leiders van de Midden-Aardse devarassen op te sommen.
Het zal duidelijk zijn dat de hiërarchieën en devarassen zoals de geesteswetenschap die opsomt en zoals Tolkien ze introduceert,
beiden worden gekenmerkt door het fenomeen der tussenhiërar-chieën en tussen-rassen en het bezit van toonaangevende, bij
naam genoemde leiders. |
![]() |
Iedereen kan voor zichzelf nagaan dat vooral de hiërarchieladder van bovenmenselijke, menselijke en postmenselijke wezens, en in mindere mate het devarassenschema, beide opgesteld aan de hand van Tolkiens hoofdwerken, gelijkvormig is aan die ladder en dat schema uit de geesteswetenschap. Het zal duidelijk zijn hoezeer in het kader van de exakte fantasie Tolkien zich inderdaad onbewust hield aan de occulte feiten over hoe de verschillende levensgolven op aarde zich ten opzichte van elkaar verhouden.
Overwegen we daarbij ten eerste dat, naar werd meegedeeld, de Archai, de Archangeloi en de Angeloi in 's wereld oudste wortel-rastijdperken, te weten:
| 1. | Het Polaire Wortelrastijdperk, |
| 2. | Het Hyperboresche Wortelrastijdperk, |
| 3. | Het Lemurische wortelrastijdperk, |
| 1. | De Godzalige Era, de Nulde Era |
| 2. | de Eerste Era |
| 3. | de Tweede Era |
Tolkien geeft met betrekking tot de hiërarchieladder van bovenmenselijke, menselijke en postmenselijke wezens, aan de hand van
zijn werken opgesteld, ook op de behandelde punten van de drievoudige geleding van onze mensheid en de opkomst van een ons navolgende
mensheid meer informatie dan de geesteswetenschap doet met betrekking tot 'zijn' hiërarchieladder. Nogmaals:
De geleding van de menselijke hiërarchie in drieën is bij hem zeer veel explicieter dan in de geesteswetenschap, en de beschrijving
van haar oergeschiedenis is bij hem zeer veel uitgebreider dan in bijvoorbeeld de bijbelse Pentateuch (zoals die door de geesteswetenschap
wordt verklaard.)
Bovendien introduceert Tolkien een postmenselijke vijfde hiërarchie, ook reeds drievoudig geleed, plus daarvan de met naam genoemde
leiders, plus het verhaal hoe die tot dat leiderschap kwamen (het verhaal van In de ban van de Ring), waar de geesteswetenschap over
die hiërarchie weinig méér te zeggen heeft dan dat ze op de eerst volgende planeetwereld, de Jupiterwereld, de
mensheid zal zijn, die onze mensheid opvolgt.
De gelijkvormigheid van beide genoemde hiërarchieladders doet erop vertrouwen dat Tolkiens uitweidingen over die vijfde hiërarchie
kloppen, of, met andere woorden, datln de ban van de Ring een stuk exakte fantasie is, goeddeels handelend over die hiërarchie
en over hoe zij haar leiders kreeg ten tijde van de derde era van Midden-Aarde oftewel 's werelds vierde wortelrastijdperk, - het
Atlantische -.
Zoals gezegd, in het kader van de geesteswetenschap beschrijft R. Steiner in Hoofdstuk 7 van zijn lezingencyclus Kunst im Lichte der Mysteriënweisheit, Dornach, G.A. 275, zeer summier een ons opvolgende mensheidshiërarchie, de mensheidshiërarchie van de toekomstige Jupiterplaneet. Hij voert die hiërarchie ten tonele als ijle prémenselijke wezens, levend in de adem van de huidige mensen van onze Aarde.
Nú leven die toekomstige mensen dus in de adem van de huidige mensen. En beide mensensoorten zijn dus zeer met elkaar verbonden.
In zekere zin zijn de huidige mensen de 'ouders' van de toekomstige - en soms, in bijzondere gevallen, kan men zich met hen, of één
van hen, zeer verbonden voelen. (Tolkien vereenzelvigde zich waarschijnlijk met zo'n ademgnoom, aangezien hij soms zei zich welhaast
een hobbit te voelen.)
Ook meldt Steiner in genoemde lezingencyclus dat wij, huidige mensen, in zekere zin de ademgnomen waren van de ons voorafgaande
mensheidshiërarchie van de vroegere Maanwereld, de huidige Engelen.
Hiermee in verband het volgende:
In De Geheime Leer van H.P. Blavatsky en in De Mens, zijn Afkomst, Wezen en Toekomstvan A. Besant en C.W. Leadbeater, al vele malen
genoemd, kan men lezen hoe in het algemeen een mensheidshiërarchie haar leiders verwerft, en hoe in het bijzonder onze mensheid
die verwierf op de vroegere Maanwereld.
Onze mensheidsleiders werden op die wereld uit hun toenmalige status geheven en door de hogere hiërarchieën tot vervroegd
menszijn gevoerd, door ze vervroegd te stellen voor de criteria die ons heden mens maken: het zich uiteenzetten met het boze.
Het ligt zeer voor de hand dat een dergelijke arbeid ook moet worden verricht en stellig al is verricht met berekking tot een ons opvolgende mensheid. Op basis hiervan en na al het terzake behandelde is het welhaast onbetwist zeker, dat Tolkien vanuit de exakte fantasie in In de ban van de Ring op de juiste wijze de hobbits heeft geïntroduceerd als een (uit de ademgnoomtoestand uitgeheven deel van de) ons opvolgende mensheid, waaruit de hoogste leiders van zo 'n toekomstige Jupitermensheid tot vervroegd menszijn werden gevoerd. En dit laatste, door die leiders in spé vervroegd te stellen voor de menswordingscriteria van die latere mensheid: Een voortgezette uiteenzetting met het boze, precies zoals beschreven in genoemd boek en zoals dat in deze studie wordt toegelicht en verklaard. Zoals bekend loopt die voortgezette uiteenzetting met het kwaad uit op de reis van die leiders, van dus de ringdragende hobbits Bilbo en Frodo Balings (en later ook Sam Gewissies), naar het zalige Valinor, - een reis die hen het Onvergankelijke Mensheidsego brengt.
Ergo:
Zoals De Silmarillion moet worden gezien als een verslag uit de exakte fantasie van hoe de drievoudige derde hiërarchie hernieuwd
tot haar waarde opklimt en tot een bovenmenselijke rang komt, -door een eerste aanraking met het Aardekwaad in 's werelds eerste wortelrastijdperken,
zo kan In de ban van de Ring vanuit die fantasie worden aanveduid als het verslag van een vervroegde menswording van enkele leden
van een mensheid in spé, - door een voortgezette uiteenzetting met dat Kwaad, aan het einde van het Atlantische wortelrastijdperk.
Uiteraard het een en ander in samenhang met het ontwaken en de vroegste uiteenzettingen met dat Kwaad van ónze mensheid.
Munin Nederlander publiceerde in Prana van 2004 over Tolkiens hoofdwerk 'In
de ban van de ring' en Peter Jacksons gelijknamige film een artikel.
|
© muninnederlander.nl |