|
Dit omvangrijke debuut dient te worden beschouwd - en ook als zodanig te worden gekritiseerd - als een poging de
patstelling waarin de Nederlandse poëzie zich bevindt, te doorbreken.
Aanhoudende geschilpunten, zoals vorm versus inhoud,
esthetisch versus persoonlijk, traditioneel versus vernieuwend, droom versus werkelijkheid, worden niet opnieuw leven ingeblazen,
maar in evenwicht gebracht. Niet door het zoeken naar een gulden middenweg, maar door het verbindende element tussen uitersten,
de onverwachte derde, op te sporen en in de taal werkzaam te doen zijn. Nederlander beschouwt zijn gedichten dan ook als gedichten-van-het-midden.
Omdat klank en ritme, naast de imaginatieve voorstelling, bij uitstek de middelen zijn waarmee de kloof tussen vorm
en inhoud kan worden overbrugd, vindt Nederlander dat zijn gedichten eigenlijk gehóórd moeten worden, in plaats
van te worden weggestopt tussen twee dikke kartonnen kaften. Het staat iedereen vrij uit het werk voor te dragen.
Bekijk ook de Voorbeeldpagina's.
|
 |